|
Dag, Ik ben autistisch en ben er nog trots op ook.
Als autisme een psychiatrische aandoening is, een
defect dat al voor de geboorte ontstaat, ben ik dus
ongeneeslijk ziek, al mijn hele leven. Toch heb ik
me als kind niet ziek gevoeld, tenminste niet per
definitie ziek. Vaak voelde ik me zelfs goed.
In elk geval had ik zeker in mijn prille jaren niet
door dat er iets ergs met me aan de hand zou zijn.
Vanuit de omgeving, die mijn afwijkende gedrag
opviel, ontstond meer en meer druk om me te laten
testen. Met zes jaar ben ik onderworpen aan
intensieve observatie en allerlei gedragstesten
waarbij ik opdrachtjes moest uitvoeren. Het schijnt
dat ik die opdrachtjes wel leuk vond. De reden voor
al die testjes ging aan me voorbij.
Vaag herinner ik me dat we een school gingen
bezoeken met kleine klasjes en dat ik toen vermoedde
dat er iets met me was, alleen niet wat. Problemen
op school, dat wel. Ik voelde me niet veilig bij de
juf. Als ik per ongeluk iets fout deed, kafferde ze
me uit. Ziek ben ik daar niet van geworden, wel
kreeg ik het gevoel dat het mijn schuld was dat er
tegen me geschreeuwd werd en dat ik die gortdroge
lesstof niet goed kon verwerken en dus treuzelde.
De diagnose autisme
viel en de deskundigen gaven het uitdrukkelijke
advies voor een ZMOK-school (Zeer Moeilijk
Opvoedbare Kinderen. Ook zoiets; behalve ziek was ik
dus ook automatisch zeer moeilijk opvoedbaar).
Alleen daar zou ik de begeleiding krijgen die ik
nodig heb. Dat dit echt de enige mogelijkheid was,
bleek wel uit alle scholen die me weigerden, omdat
ze het niet aandurfden. Het lijkt wel, hoe meer men
de ziekte 'begrijpt', hoe minder kansen iemand
heeft.
Zo schrik ik er bijv van dat maar een minderheid van
de personen met autisme op zichzelf kan wonen,
terwijl er ook veel mensen het in lichte mate hebben
en een normale of zelfs hoge intelligentie hebben.
(Was het vijftien procent die op zichzelf kan
wonen?)
Mijn ouders wilden me niet op die ZMOK-school
hebben, zo erg was het toch niet met mij?
Met zeven jaar kreeg ik
een lerares die mijn autisme als een uitdaging zag
in plaats van er bang voor te zijn. Ze was met me
begaan. Voor haar was ieder kind uniek, maar ze
creëerde ook een stevig groepsgevoel. Ik kon een
paar jaartjes kind zijn, zonder teveel met mijn
'ziekte' geconfronteerd te worden. Ik had zelfs een
paar vriendinnetjes. Al had ik wel door dat ik wat
eigenaardig was en achter in zelfstandigheid, mijn
toekomstbeeld zag ik vrij positief.
Toen ik in groep 6 kwam, een andere groep met een
juf en een meester, begon het pesten en ook mijn
leraar accepteerde mij niet. Hij probeerde mijn
autisme 'af te leren'.
Mensen die beweren dat
autisme te genezen of af te leren is, vallen mij op
de persoon af aan, omdat het autisme een deel is van
wie ik ben. Ik zie autisme als een afwijkende manier
van de werkelijkheid beleven. Mensen met autisme
kunnen een intens gevoelsleven hebben en zich
betrokken voelen met de omgeving, alleen uiten ze
dat niet of moeilijk, waar bij de meeste mensen het
reageren automatisch samengaat. Iemand met autisme
kan dingen opmerken, die anderen ontgaan en andersom
ook. Het zijn vaak begaafde mensen, niet zelden zit
er een genie tussen. Maar omdat ze zich niet
aanpassen aan het Systeem, vindt men ze gek en
hopeloos.
Mijn klasgenoten op de ZMOK-school, (waar ik dan
toch terechtkwam omdat ik nu zelf naar een andere
school wilde) waren allemaal unieke persoonlijkheden
met hun talenten, humor en ook vervelende trekken,
net als alle kinderen. De school zelf was gewoon een
tuchtschool voor autisten. Weigerde je iets als
leerling, kon je een klap of schop krijgen, hard
door elkaar geschud worden of de klas uit gesleept.
Kinderen van zes jaar zaten niet zelden een uur op
de gang en oude kinderen soms wel een middag, zonder
iets te doen te hebben.
Diezelfde kindermishandelaars overleggen met je
ouders over je toekomst.
In de loop der jaren werd ik wel ziek, van alle
angst. Mijn wil was gebroken en ik had steeds minder
om voor te leven. Mijn toekomstperspectief brokkelde
af en de enige lerares die ik vertrouwde zat thuis
met een burn-out.
Er hingen nog net geen
verborgen camera's in de klas, (of het moet voor mij
verborgen zijn gebleven) maar alles wat ik deed werd
geregistreerd en tegen me gebruikt; door hoe ik
functioneerde meende mijn leraar dat ik de zwaarste
autist van de klas was en dat een
24-uurszorginstelling de enige mogelijkheid was. Ook
waarschuwde hij mijn vader, met wie ik een hechte
band had, om niet teveel mee te gaan in mijn
'fixaties' en werkelijkheid.
Zo kon ik bij niemand meer terecht en zakte ik
steeds verder weg. Lag dat allemaal aan mij?
Mijn redding was een
begeleidster die mijn kwaliteiten zag en me kans gaf
die te benutten. Die uitging van wat ik nodig
had en hulp bij behoefde. Zij leerde me zelfstandig
reizen, zodat ik niet meer aangewezen was op een
taxi-bus. Ook iets wat de school voor onmogelijk
hield.
Inmiddels woon ik op mezelf, heb ik twee boeken op
mijn naam staan en ben zelfstandiger dan veel mensen
voor mogelijk hielden.
Daarmee wil ik niet
zeggen dat autisme geen echte problemen kan
veroorzaken, zoals geen gevaar zien, doodsbang zijn
voor alledaagse dingen en geen contact kunnen
aangaan, maar dat o zo graag willen. In veel
gevallen doet het 'begrijpen en analyseren' echter
meer kwaad dan goed. Enkele tientallen jaren terug,
was er weinig begrip voor autisme. Veel mensen
kennen het boek Een echt mens, van Gunilla Gerland,
die haar hele kindertijd tegen onbegrip aanliep. Ook
de auteur van Van een andere planeet, zag men als
een gewoon, alleen moeilijk en koppig kind. Zonder
erkenning kreeg het kind de schuld voor de
moeilijkheden en het probleemgedrag. Maar of het er
nu zoveel beter uitziet voor iemand met autisme? Met
passende (?) hulp. Waar eerst het autisme niet
gezien werd, is nu alleen het autisme nog maar in
beeld. Alsof je een ziekte bent die zoveel mogelijk
ontzien moet worden of behandeld/onderdrukt. Zulke
hulp gaat niet uit van de persoon en wat hij of zij
nodig heeft, maar wat de buitenwereld is opgevallen.
'Autisme' is een subjectief begrip en laat veel
ruimte over voor interpretaties van geleerden en
andere kenners. Zulke deskundigen kunnen van ieder
kind een interessant studieobject maken. Er ligt
steeds meer nadruk op het 'zo vroeg mogelijk
signaleren en behandelen van autisme'. Als een
peuter lichte autistische trekken vertoont, als
wapperen met de handen, wiegen of zich erg richten
op een bepaald onderwerp, zitten opvoedkundigen daar
bovenop, ook als het verder goed gaat met het kind,
het geen echte problemen heeft.
De ene noemt mij licht
autistisch en de andere vindt mij zwaar autistisch.
Ik laat het zelf maar even in het midden, omdat ik
anders mee ga doen met mezelf een 'ziekte'
aanpraten.
In net zoveel gevallen is het een gave als een
handicap.
Niet om het autisme te
ontkennen, want het werkt door in hoe ik denk, voel
en handel. Alleen wanneer mag ik zijn wie ik ben,
zonder dat mensen me hierom afwijzen voor een
stageplek, betuttelen als ik iets nieuws wil
proberen of sombere toekomstbeelden schetsen?
De algemene visie op
autisme biedt geen basis om ons adequaat te
begeleiden, simpelweg omdat vooral de stoornis
centraal staat en niet de persoon en dat ie ook geen
stem krijgt, zeker niet als die nog klein is.
Laat kinderen opgroeien
op een manier die bij hen past. Autisten verdienen
evenveel respect en kansen als ieder ander, ontneem
hen geen toekomst door ze als 'gestoord' te
behandelen, want dat zijn ze niet, alleen anders.
Wie is hier nu eigenlijk ziek?
Boeken: Over mijn tijd
op de ZMOK-school: Collision. De catastrofe.
Over mijn kindertijd, vanaf geboorte: Afwijkend en
toch zo gewoon.
Sarah
Morton.
|